Interview Haarlems Dagblad
In haar woonhuis-museum in Heemstede leidt Jenny Kramer bezoekers rond in een wonderlijke wereld van hoop:
"Het maken van deze beelden werkt helend"

Heemstede - Dikke donkere aardkosten breken moeizaam open, een roze vlies scheurt en daar is het babyhoofdje, het ruggetje. Een ander beeld verbeeldt de geboorte van een roze levensboom waaraan eitjes en embryo’s groeien; een ’af’ kindje laat los, als een rijpe vrucht. "De absolute dood bestaat niet, er is altijd weer kans op nieuw leven", duidt Jenny Kramer haar beelden.
Het is kunst en therapie tegelijk. "Het maken ervan werkt helend", vertelt Kramer.
Voor het project ’Met mij alles goed: Van litteken naar taal’ waarvan de expositie over zelfbeschadigend gedrag momenteel in museum Het Dolhuys te zien is, gaf de kunstenares uit Heemstede drie beelden in bruikleen. Ook in deze sculpturen breken donkere korsten en vliezen open om nieuw, roze leven de kans te geven. "Ik bevrijd mezelf."
Jappenkamp
Als kleuter van vier kwam Jenny Kramer (71) in de Jappenkampen Tjikampek en Tjideng terecht, in het vrouwenkamp samen met haar moeder. Haar vader die voor Shell werkte, overleefde het kamp niet. April ’46 kwam ze terug in Nederland en ging op haar negende voor het eerst naar school. "Ik zat bij zesjarigen in de klas maar ik had zo’n groeiachterstand dat het niet opviel. Niks aan de hand verder," vertelt Jenny. Ze was 25 jaar werkzaam in de psychiatrische verpleging tot het ineens - ze was begin veertig - mis ging. Ze kreeg hoge koorts die maar niet wilde zakken. De reguliere gezondheidszorg kon de oorzaak niet vinden en de bedrijfsarts noemde haar een simulant, tot een psychiater de diagnose concentratiekampsyndroom stelde. Ze kwam thuis te zitten en ging beelden maken. "Ik was altijd al creatief geweest, speelde nooit buiten, maar tekende en boetseerde."
Ze voelt zich enorm betrokken bij het project ’Met mij alles goed’, opgezet door de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging om het taboe zelfbeschadigend gedrag te doorbreken. "De mensen die zichzelf snijden verdoven de innerlijke pijn met lichamelijke pijn. Ik ben mezelf ook aan het bevrijden van pijn, ik heb alleen een andere manier van uiten gevonden."
Bij de opening van de expositie in het Dolhuys, met al die mensen om haar heen, brak de paniek uit. "Maar ik ben gebleven", vertelt Kramer trots. "In het kamp woonden we met honderd mensen, vrouwen en kinderen op een kamer, als haringen in een ton. Twee keer per dag op appèl. Het ergst was de angst voor de Jappen, als je niet op tijd weg was, moest je een diepe buiging maken. Naarmate ze ouder wordt komt het steeds meer boven. "Het gaat ook nooit meer over. Het maken van de beelden geeft rust, evenals een regelmatig leven. "Ik ga om zes uur ’s avonds naar bed, ga nooit ergens heen. Mijn buitenwereld is heel klein, mijn binnenwereld des te groter. Ik verveel me nooit." Van haar woonkamer heeft ze een plantenkas gemaakt, met grasgroen tapijt, een emmertje papier maché altijd binnen handbereik. Twee levensechte babypoppen staan model. "Ik was vier toen ik in het kamp kwam, maar ik beeld baby’s uit om de kwetsbaarheid uit te drukken."
Moederborst
De kamers boven heeft ze ingericht als museum. In een kamer staan op sokkels de ronde ’aardbollen’ waaruit nieuw leven wordt geboren, ook wat kleine beeldjes die ze maakte toen haar hondje ziek was en zij niet bij hem weg kon. In een andere ruimte staan beelden met borsten, zelfs een borstenlandschap met donkere ’dode’ borsten als bergen en een roze borst waaruit een baby wordt geboren, nog verbonden door de navelstreng. "Een kind aan de moederborst betekent voor mij het toppunt van veiligheid." In het trapgat hangt een Christus, als cocon. "Niet dat ik gelovig ben maar voor mij is hij die gekruisigd werd het beeld van het ultieme lijden." In weer een ander vertrek trekt het witroze beeld van een mens die zich liggend probeert te bevrijden uit een dik vlies - de mond schreeuwend open - de aandacht. Met één teen heeft hij zich al vrijgemaakt.
"Bijna dertig jaar lang heb ik mijn beelden niet durven laten zien. Maar drie jaar geleden heb ik voor het eerst meegedaan met Kunstlijn. Ik was er klaar voor." Ze geeft nu zelfs rondleidingen op afspraak. Wat haar verrast is dat haar werk zo veel mensen aanspreekt. "Iedereen maakt natuurlijk wel eens een vreselijke periode mee."
Als dank voor deelname aan ’Met mij alles goed’ heeft ze nu een website gekregen zodat haar werk en museum meer bekendheid krijgen. Intussen werkt ze verder aan haar beelden. "Ik ga de opstelling zo maken dat ik aan een paar beelden tegelijk kan werken. Dan hoef ik niet te wachten tot iets droog is. Ik ben al oud en ik heb zo veel ideeën. Het zou zonde zijn als ik niet alles kan maken wat ik in mijn hoofd heb."
Beeld: United Photos / Robin van Lonkhuijsen
24 juni 2009, Haarlems Dagblad
